Rijpaard














Tuigpaard





Gelders paard


Jong KWPN



Toepassen

Welzijn

Twaalf richtlijnen

De twaalf richtlijnen vormen een set basisregels voor het verbeteren van paardenwelzijn. Deze basisregels zijn door de Sectorraad Paarden (SRP) opgesteld. Door middel van deze basisregels wordt invulling gegeven aan het verzoek van staatssecretaris H. Bleker van het Ministerie van Economie, Landbouw en Innovatie.

Voeding

1. Adequate voeding afgestemd op het individuele dier. Dit wil zeggen, voldoende voeding van goede kwaliteit.

  • Vrije toegang tot voldoende schoon drinkwater.
  • Tenminste tweemaal daags voldoende ruwvoer aanbieden, tenzij er sprake is van beweiding in een wei met voldoende gras.

De sector pleit voor een goed samengesteld rantsoen en een adequate voerfrequentie. Het is voor een goede functie van het maagdarmstelsel van belang dat paarden beschikking hebben over voldoende ruwvoer.

Huisvesting en beweging

2. Boxoppervlakte voor individuele huisvesting is minimaal (2x stokmaat) 2 voor pony’s kleiner dan 1,56m. De boxoppervlakte is minimaal 10m2 voor paarden >1,56m. Stands, waarin paarden permanent aangebonden worden gehouden zijn per 1 januari 2017 verboden. De oppervlakte van de box voor hoogdrachtige merries voor tijdens het veulenen en voor een merrie met een veulen is minimaal 12 m2 tenzij er minimaal 8 uur weidegang per dag wordt toegepast.

3. Beweging: Paarden in individuele huisvesting krijgen dagelijks minimaal 4 uur beweging buiten de box, tenzij dit niet mogelijk is door ziekte of gebrek.

Naast de training of ander gebruik dient het paard zoveel mogelijk beweging te krijgen afhankelijk van de mogelijkheden. Inclusief training of ander gebruik, minimaal 4 uur per dag. De Dierenbescherming spreekt in het paardenbesluit van vrije beweging. Dit is en blijft wel maatwerk, mede afhankelijk van de behoeften en mogelijkheden van het paard.

4. Lichthoeveelheid in de stallen is minimaal 80 lux gedurende 8 uur per dag.

5. Stallen en weides zijn deugdelijk en veilig. Tevens is er een schuilgelegenheid aanwezig voor paarden die dag en nacht buiten verblijven (schuilstal of bossage in de vorm van bomen of struiken).

Gezondheid

6. Adequate preventie en behandeling tegen ziektes of aandoeningen zoals vaccineren en ontwormen. 

  • Aantekening in het paspoort bij behandelingen die van belang zijn bij uitoefening in de sport.
  • Zieke en/of kreupele paarden moeten de mogelijkheid hebben lijfelijk te worden afgezonderd van andere paarden.
  • Het belasten van het jonge paard geschiedt met mate en aangepast aan de leeftijd.
  • Het beslaan en bekappen van paarden gebeurt door een door de sector erkende hoefsmid en gebitsbehandeling gebeurt enkel door een erkende gebitsverzorger.
  • Het is verboden om tastharen volledig te verwijderen.
  • Het is niet toegestaan om de haren aan de binnenzijde van de oorschelp af te scheren, omdat deze de uitwendige gehoorgang beschermen. Het is echter geen probleem als overmatig uitstekende haren worden afgeknipt.

7. Couperen: Deelname van paarden, geboren na 2004, met gecoupeerde staarten aan evenementen in Nederland is niet langer toegestaan, tenzij dit het gevolg is van een veterinair noodzakelijke ingreep.

8. Paardenmarkten: mogen alleen gehouden worden als dit gebeurt conform het protocol dat opgesteld is door de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD), Groep Geneeskunde Paard (GGP), SRP en Dierenbescherming. 

Gedrag (sociaal contact)

9. Houden van een paard: Het houden van één paard is onwenselijk, tenzij dagelijks contact met één of meer soortgenoten mogelijk is.

De sector wil het houden van één paard als onwenselijk gaan hanteren in haar advies aan de paardenhouders. Bij een verbod is de kans reëel dat paardenhouders er een soortgenoot bij kopen maar de zorg eigenlijk financieel kunnen dragen, met alle gevolgen op het gebied van welzijn van dien. Daarbij komt nadrukkelijk aan de orde dat ieder paard dagelijks mogelijkheden dient te hebben tot sociaal contact met een of meer soortgenoten. 

10. Spenen gaat geleidelijk gebeurt in een groep van minimaal 2 veulens. 

  • Vanaf een leeftijd van 4 maanden.
  • Opfokken gebeurt in een groep van minimaal 2 paarden.

Vanaf een leeftijd van vier maanden is het maagdarmkanaal zover ontwikkeld dat een veulen gespeend kan worden. De sector pleit voor een minimale speenleeftijd van 4 maanden en vindt het daarbij van belang dat als veulens van de moeder worden gescheiden, het veulen in het gezelschap wordt geplaatst van minimaal één ander veulen of soortgenoot. De SRP is van mening dat een minimale speenleeftijd van zes maanden nadelig kan zijn voor het welzijn van de moeder.

11. Stereotype gedrag mag niet worden belemmerd, mits de gezondheid van het paard niet in het geding komt. 

Stereotype gedrag mag in de reguliere huisvesting niet belemmerd worden, dit komt overeen met het paardenbesluit van de Dierenbescherming.

12. Zweepgebruik: bovenmatig zweepgebruik is verboden. Zweepgebruik is toegestaan om het paard te corrigeren maar niet om te straffen.
 

€ 58,25 per jaar

Lidmaatschap KWPN Database

  • Betrouwbaar, compleet & overzichtelijk
  • Predicaten, prestaties, moederlijnen en nakomelingen
  • Van KWPN-goedgekeurde en -erkende hengsten ook: verrichtingscijfers en -rapportages en fokregistraties
Abonneer nu
€ 119,40 per jaar

Lidmaatschap KWPN

Word nu lid

Official partners


Het KWPN maakt gebruik van cookies

Wij vragen uw akkoord voor het gebruik van cookies op onze website. Meer informatie is beschikbaar in ons cookiebeleid.

Cookiebeleid