KWPN Magazine | 20 jaar specialisatie; wat heeft het gebracht?
Het is een simpel gegeven dat de sport bepaalt welke richting de fokkerij opgaat. Waar tot 2006 de drie fokrichtingen rijpaard, tuigpaard en Gelders paard voorkwamen, werd 20 jaar geleden de fokrichting rijpaard opgesplitst in spring- en dressuurpaard. De specialisatie is nu twee decennia oud en deze mijlpaal nodigt uit tot een terugblik: hoe is deze ontwikkeling eigenlijk gegaan, welke discussies speelden destijds en waar staan we vandaag?
“In de opkomst van de paardensport, in de periode na de Tweede Wereldoorlog tot en met de jaren 80, reden bijna alle ruiters nog dressuur en zij sprongen met hetzelfde paard nog een parcours”, vertelt Arie Hamoen, voormalig lid van de hengstenkeuringscommissie. “Vanaf begin jaren 90 zagen we dat steeds meer ruiters zich gingen specialiseren; ze ontwikkelden zich in het springen of in de dressuur. Als stamboek fok je voor je afnemers. Het was niet meer dan logisch dat ook in de fokkerij steeds meer rekening werd gehouden met de verschillende keuzes voor een sportrichting. Daarbij hadden hengsten onderling ook al spring- of dressuurkenmerken. Neem Concorde en Cocktail; beide heel goede hengsten, maar wel voor een andere fokrichting.”
De aanloop
Hoewel de officiële invoering van de specialisatie vaak als startpunt wordt gezien, kun je eigenlijk niet om de jaren negentig heen. In die periode was de praktijk al een voorloper van het beleid. Fokkers wisten intuïtief dat bepaalde hengsten beter pasten bij specifieke disciplines: weinig mensen probeerden een dressuurtopper te fokken met Concorde, en evenmin werd van Jazz een springpaard verwacht. Natuurlijk uitzonderingen daargelaten. Het gedachtegoed van specialisatie leefde dus al langer voordat het formeel werd vastgelegd. Echter toen de specialisatie definitief werd ingevoerd, was er niet direct unanieme steun. Sommige fokkers vonden dat je kwaliteit herkent in het individuele paard, niet in de discipline, en waren bang dat talentvolle allrounders uit beeld zouden verdwijnen.
Groei van de sport
Toine Hoefs was inspecteur ten tijde van de invoering van de specialisatie en hij maakte de overgang van dichtbij mee: “De specialisatie is wel een heel proces geweest en heeft zeker de tijd nodig gehad om alle fokkers te overtuigen en mee te krijgen. De tijd begon tevens om andere paarden te vragen, omdat de ruiters zich steeds meer specialiseerden per discipline. Er waren vroeger zeker ook wel goede paarden, maar toch is dat niet te vergelijken met de hoeveelheid goede paarden van tegenwoordig. De sport, zowel springen als dressuur, heeft naar mijn idee enorm kunnen groeien. Juist door de specialisatie zijn de paarden zoveel beter geworden.”
Nooit aan getwijfeld
Pieter Kersten, bekend springruiter en trainer maakte de specialisatie van dichtbij mee, als ruiter en later als hengstenkeuringscommissielid: “Ik was hier in de regio zelf een van de laatste ruiters die zowel op hoog niveau sprong als dressuur reed, maar ik was zeker een voorstander van de specialisatie. Ik heb er nooit aan getwijfeld: als je vooruitgang wilt boeken in dressuur en springen, dan moet je heel selectief te werk gaan. De extreme draf van een dressuurpaard is niet wat wij zoeken in een springpaard, anderzijds ligt bij een springpaard de nadruk op een zeer goede en functionele galop. Ten tijde van de invoering van de specialisatie zat ik zelf in de hengstenkeuringscommissie. In die periode zijn we ook gestopt met het testen van het springen bij de dressuurhengsten. Er was toen al bekend dat paarden uit bepaalde lijnen die richting dressuur neigden niet wilden springen. Veel van die hengsten waren zo kijkerig en afgeleid en hadden zo weinig talent voor springen dat we met testen gestopt zijn. Een logische stap, want hun kwaliteiten lagen op een ander vlak.”
Fanfare
“Het kostte wel de nodige tijd en overredingskracht om alle fokkers ervan te overtuigen dat specialisatie een enorme stap voorwaarts was”, vervolgt Arie Hamoen. “Als KWPN namen we toen in Europa al min of meer het voortouw. Je kunt wel voorop willen lopen in de fanfare, maar dan moet je af en toe wel achterom kijken om te zien of iedereen meeloopt. Het was ook zaak om de mensen aan boord te houden die misschien niet overtuigd waren van de noodzaak van specialisatie. In het begin werden de hengsten uit de verschillende richtingen nog wel samen gekeurd op de KWPN Stallion Show. In de praktijk werd het ene jaar een dressuurhengst kampioen en het jaar daarop een springhengst, maar dat was natuurlijk appels met peren vergelijken. Het was al een enorme vooruitgang dat dat gesplitst werd. Ik ben ervan overtuigd dat het dankzij die vroegtijdige omarming van de specialisatie is dat we als stamboek al jaren zo hoog op de internationale rankings staan.”
Mixen
“Succes komt vaak wel uit dezelfde lijnen. Op gegeven moment zag je bij dressuur in teveel merrielijnen hetzelfde bloed voorbij komen”, stelt Pieter Kersten. “Een dressuurhengst bij een springpaard brengt niet veel, maar omgedraaid kan een springhengst wel een betere galoppade toevoegen aan een dressuurpaard”, meent Andre van Norel. “Ik keek onlangs naar de hengstenkeuring in Westfalen en daar werd een zoon van Dynamic Dream uit een merrie van Cascadello aangewezen. Zo is bij een dressuurpaard Numero Uno in de moederlijn helemaal niet verkeerd. Achter onze hengst Oscar zat Wolfgang en dat was ook allround-bloed, die gaf fijne spring- en dressuurpaarden. Dus als je het dressuurbloed af en toe mixt met springbloed, kan dat ook iets toevoegen, als je het doel maar duidelijk voor ogen houdt.” “Naar mijn mening kan in de dressuurrichting af en toe wel wat springbloed worden toegevoegd”, vervolgt Henk Dirksen. “Dat kan positief inwerken op de rijdbaarheid, de instelling en de galoppade. Zoals gebeurde bij Ferro en later bij Van Gogh.”
Vooruitgang
De breed gedragen consensus onder de geïnterviewden is dat de fokkerij, en daarmee de sport, de laatste 20 jaar vooruit zijn gegaan. “Foktechnisch zitten er alleen maar voordelen aan die specialisatie”, meent Andre van Norel. “Je kunt toen en nu niet vergelijken met elkaar”, meldt Pieter Kersten over de vooruitgang. "De specialisatie was zeker nuttig en heeft gebracht wat we ervan verwachtten, maar ik wil nog wel een kanttekening plaatsen: zeker in de dressuurrichting, maar ook al in het springen zijn de paarden heel ritselig en scherp geworden. Als ze daarbij apart veel kwaliteit in de ring hebben, kan een professionele ruiter er geweldig mee scoren. Missen ze net het laatste aan kwaliteit en komen ze bij een goedwillende amateur terecht, dan moet deze er wel fijn mee kunnen rijden. Dat gaat nogal eens mis dan. De kunst is om paarden te blijven fokken met een groot hart, maar die voor de gewone ruiter niet te sensibel zijn. Overigens kom ik op concours ook nog wel eens springpaard tegen met een dressuurgefokte afstamming en omgedraaid. Genen kunnen je wel eens voor de gek houden, maar dat zijn natuurlijk uitzonderingen die de regel bevestigen.”
Dit is een deel van een artikel uit het nieuwste nummer van het KWPN Magazine. Wilt u graag meer artikelen lezen? Leden krijgen het KWPN Magazine, met daarin prachtige verhalen, interessante achtergrondartikelen, persoonlijke interviews en fokkerij-informatie, thuisgestuurd. Geen lid? Bestel dan het KWPN Magazine in de KWPN Webshop.
Bron: KWPN (overname niet toegestaan)
Tekst: Gemma Jansen
Foto: Dirk Caremans