Zoetis: Eenvoudige maatregelen voor een gezonde stal
Bioveiligheid speelt een cruciale rol in het voorkomen van besmettelijke ziekten, zoals rhinopneumonie, influenza en droes. Zoetis deelt eenvoudige maatregelen op het gebied van hygiëne, management en vaccinatie om de kans op verspreiding binnen en tussen stallen te beperken.
Door deze maatregelen structureel toe te passen, wordt de infectiedruk verlaagd en kan de kans op ziekte-uitbraken op stal en tijdens transport of wedstrijden worden beperkt. Aandacht voor bioveiligheid is daarbij essentieel, zowel in de dagelijkse verzorging als bij contact met andere paarden en bezoekers.
Stalmanagement
Een groot deel van de paarden ouder dan twee jaar is drager van het Equine Herpesvirus (EHV). Besmetting vindt voornamelijk plaats via direct contact, maar kan ook indirect verlopen via materialen en mensen. Het regelmatig controleren van de lichaamstemperatuur helpt om gezondheidsproblemen vroegtijdig te signaleren. Door de normale temperatuur (37–38°C) te kennen, wordt koorts sneller herkend. Vermijd daarnaast neuscontact tussen onbekende paarden. Het scheiden van sportpaarden, fokpaarden en jonge paarden verkleint de kans op verspreiding van ziekteverwekkers. Huisvest deze groepen bij voorkeur apart of, indien dit niet mogelijk is, in verschillende stalgangen. Gebruik per groep eigen materialen, zoals kruiwagens, emmers en borstels. Ook het harnachement dient per paard individueel te blijven. Nieuwe paarden vormen een potentieel risico voor de bestaande groep. Plaats nieuwkomers daarom gedurende vier weken in quarantaine. Bij het reinigen van stallen wordt het gebruik van een hogedrukreiniger afgeraden, omdat ziektekiemen hiermee juist kunnen worden verspreid.
Bezoekersmanagement
Op veel stallen komen dagelijks verschillende bezoekers, zoals paardeneigenaren en professionals. Ook zij kunnen een rol spelen in de verspreiding van ziekteverwekkers. Het gebruik van desinfecterende handgel bij de ingang of het wassen van handen bij binnenkomst helpt om de infectiedruk te verlagen. Dit geldt in het bijzonder voor dierenartsen, hoefsmeden, instructeurs en zadelpassers. Op stallen met veel bezoekers kan het gebruik van een voetbad of overschoenen worden overwogen. Voorkom daarnaast dat bezoekers meerdere paarden aanraken, zodat verspreiding van ziekteverwekkers wordt beperkt.
Weidemanagement
In de weide is bioveiligheid van belang. Door paarden in vaste groepen te houden, blijft het contact tussen verschillende dieren beperkt. Houd daarnaast voldoende afstand tussen aangrenzende weides om neus-neuscontact te voorkomen. Wanneer een weide grenst aan een openbare weg of pad, kan een bufferzone helpen om contact met passerende paarden te vermijden. Voor nieuwe paarden wordt een aparte quarantaineweide aanbevolen.
Vaccinatie
Vaccinatie vormt een belangrijk onderdeel van een bioveiligheidsbeleid. Hoewel vaccins geen volledige bescherming bieden, verminderen zij de virusuitscheiding en daarmee de infectiedruk in de omgeving. Gevaccineerde paarden vertonen doorgaans mildere symptomen na een besmetting. De vaccins tegen EHV en influenza zijn geïnactiveerde vaccins. · De vaccins tegen EHV en Influenza zijn geïnactiveerde vaccins. Entreacties na vaccinatie zijn mogelijk, maar meestal mild en van voorbijgaande aard. Door alle paarden op stal te vaccineren, wordt de groepsimmuniteit verhoogd. Overleg met de dierenarts en andere paardeneigenaren om tot een passend vaccinatiebeleid te komen.
Wedstrijdpaarden
Wedstrijdpaarden komen frequent in contact met onbekende paarden en lopen daardoor een verhoogd infectierisico. Ga niet op wedstrijd met paarden die koorts, hoest of neusuitvloei vertonen. Vermijd direct contact met andere paarden en deel geen materialen. Bij meerdaagse wedstrijden wordt geadviseerd om tweemaal daags de temperatuur te controleren. Na thuiskomst dienen wedstrijdpaarden gedurende twee weken gescheiden te worden gehouden van andere paarden. Reinig en desinfecteer daarnaast alle gebruikte materialen, inclusief transportmiddelen.
Preventie als basis
Door bioveiligheidsmaatregelen structureel toe te passen, kan de kans op ziekte-uitbraken aanzienlijk worden verkleind. Werk samen met de dierenarts aan een bioveiligheidsplan dat past bij de situatie op stal en betrek alle betrokkenen hierbij. Alleen door gezamenlijk verantwoordelijkheid te nemen, kan de verspreiding van infectieziekten effectief worden beperkt.
Bron: Zoetis
Foto: Zoetis*
