KWPN Magazine | De fokkerij van Levent Dutkun
In geen enkel opzicht is Levent Dutkun één zoals zovelen. Tegen de stroom en vooroordelen in, bouwde hij een succesvol bedrijf en fokkerij op in het Gelderse Gaanderen. Altijd kiest hij zijn eigen koers en vertrouwt hij op zijn paardengevoel, wat hem al veel gebracht heeft. Zo fokte hij uit vier jaargangen al drie KWPN-hengsten: Napardi, Ruzgar VII S en Panthero van de Watermolen. Een nadere kennismaking met een gepassioneerde paardenman, die een bewogen weg heeft afgelegd om te komen waar hij nu is.
Niet alleen met zijn verschijning, maar ook met zijn visie en volharding is Levent Dutkun onderscheidend. Hij begon met niets, eigenlijk zelfs op achterstand, en staat nu als jonge veertiger aan het hoofd van een bloeiend paardenbedrijf dat hij stap voor stap zelf op- en uitbouwde. “Mensen denken vaak dat ik nooit vies word, maar ik ben hier de hele dag zelf met de paarden bezig. En er is niets dat ik liever doe.”
Verslaafd aan vrijspringen
De enige link met paarden die Levent van jongs af aan had, is dat zijn vier jaar oudere neef het met de paplepel heeft meegekregen. “Toen ik een jaar of zes, zeven was ben ik begonnen met rijden op een manege in de buurt. En iedere vakantie ging ik naar mijn neef Bart Bles, daar was ik echt kind aan huis. Mijn peetoom Theo en zijn broer Herman, die de vader is van Bart, hadden een hengstenhouderij en dat vond ik heel interessant. Daar heb ik ontzettend veel geleerd en tot op de dag van vandaag staan we altijd voor elkaar klaar. Bart en ik beleefden als jonge jongens al één grote ontdekkingsreis samen, we deden daar alles: zadelmak maken, hengsten laten dekken, en eindeloos veel vrijspringen. Als m’n ooms van huis waren, haalden we zelfs de tuigpaardhengsten van stal om te kijken hoe goed, of niet, zij konden vrijspringen”, blikt Levent terug. Als tienjarige jongen kocht hij via zijn oom zijn eerste veulen. “Ik had natuurlijk bijna geen geld, en mijn ooms hadden vooral tuig- en Gelderse hengsten op het station. Het enige dat ik kon kopen, was een Gelders merrieveulen. Ik had toen nooit kunnen bedenken hoe belangrijk dat veulen uiteindelijk zou worden.” Het in 1994 aangeschafte merrieveulen was de Zichem-dochter Masja (mv.Satelliet), die uit is gegroeid tot stam-moeder van de fokkerij van Levent.
Meerdere stammen
In de loop der jaren heeft Levent met meerdere stammen gefokt. Samen met zijn neef Bart Bles fokte hij bijvoorbeeld de KWPN-hengst Napardi (Apardi uit Zahna ster sport-spr pref prest van Cornet Obolensky), die als driejarige met 84,5 punten werd ingeschreven en nu met Robert Puck op 1.40m-niveau presteert. Begin dit jaar werd met de Latif V S-zoon Panthero van de Watermolen (uit Cancari van Cancara) voor de derde keer een hengst uit de fokkerij van Levent Dutkun bij het KWPN goedgekeurd. Eentje waarvan hij de vader ook fokte, want de Zambesi-zoon Latif V S komt als kleinzoon van Bijdehandje S II uit de lijn van de Zichem-dochter Masja. Als veulen verkocht Levent hem aan Jan Greve. Uit dezelfde moeder als Panthero van de Watermolen fokte Levent eerder al het internationale 1.60m-paard EIC Julius Caesar (v.Couleur Rubin) die hij als vijfjarige aan topruiter Max Kühner verkocht. “Dat was nou typisch zo’n paard waarvan ik wist dat het heel belangrijk was dat hij bij de juiste ruiter terechtkwam. Hij was als vijfjarige extreem scherp en ik ben heel blij dat Max hem kocht, en vervolgens zorgvuldig heeft opgeleid naar het hoogste niveau.” Ook fokt Levent onder andere met de Hinault-dochter Cosi Bella ster sport-spr, een volle zus van de Grand Prix-hengst Montreux. “Ik heb heel wat stammen geprobeerd, en zeker met merries gefokt die op papier interessanter zijn. Maar ik blijf terugkomen op m’n eigen stammen.
Niet te voorspellen
“Het is heel mooi om toppaarden op jonge leeftijd te ontdekken, al laat het zich niet altijd voorspellen. Neem nou Sterrehof’s Dante, die kocht ik vanaf een video toen ze vier jaar oud was. Ik vroeg de verkoper of ze correct gebouwd was en toen zei hij dat ik toch maar even met eigen ogen moest komen kijken. En inderdaad, haar voeten waren niet helemaal gelijk. Ik doe niet snel concessies op dat soort dingen, maar dat paard had toen al zoveel kwaliteit dat ik haar toch wilde hebben. Voorspellen dat ze Olympische Spelen zou gaan springen en tot op zeventienjarige leeftijd Grands Prix zou winnen, kon ik natuurlijk niet, maar ik had wel een heel goed gevoel bij haar. En ze is door Marc Houtzager goed gemanaged, waardoor ze een fantastische carrière heeft gehad.” Andere referenties zijn onder andere het 1.60m-paard Berlins Boy (v.Berlin), waarmee Uros Kocbek in 2015 deelnam aan het EK in Aken, het topspringpaard Heavenly W (v.Calvaro Z) van McLain Ward en Carly Anthony, en Jody van Gerwen’s Grand Prix-winnaar Panamera STH. “Bart reed Berlins Boy als jong paard en we wisten dat het een goed paard was, maar dat hij het EK liep was ook voor ons een mooie verrassing. Ik hoor fokkers weleens zeggen dat ze een paard hebben ‘dat later zeker Aken gaat springen’ als ze door de wei lopen, maar daar geloof ik niet in. Daar kan je op hopen, maar dat kan je niet voorspellen. Heavenly kocht ik na een tip van Bart Blaauwgeers, op wiens oordeel ik altijd blind kan vertrouwen, en die hebben we toen samen met Nijhof gekocht. Panamera is een mooi voorbeeld van een paard dat ik vanaf de video nooit gekocht zou hebben, want zij springt recht in het lichaam. Maar mijn goede vriend Guy Janssens kwam met dat paard hier trainen voor het WK voor zevenjarigen in Lanaken, en ik was direct overtuigd. Zo kan het ook gaan.”
Inspireren
Er zijn dit voorjaar al een heel stel veulens geboren, onder meer van Emerald van ’t Ruytershof, Con Quidam RB en Ruzgar I S. Komend jaar dekt Levent bij hengsten als Con Quidam, Party in de Hus, Cornet Obolensky, Comme Il Faut en Emerald. “Wat dat betreft is de tijd voorbij dat ik in mijn beslissing het dekgeld moest meenemen”, lacht de fokker. “Mijn fokkerij is enorm gegroeid. De laatste jaren fok ik zo’n twintig veulens per jaar, tot een jaar of zeven geleden waren dat er tussen de tien en de vijftien. De meeste merries dragen hun veulens zelf en ik fok ze bijna allemaal zelf op.” De toekomst ziet er rooskleurig uit, met een stevige klantenkring en een succesvolle fokkerij. “Ik ben dag en nacht met de paarden bezig, de veulens worden hier allemaal thuis geboren, ze gaan allemaal elke dag aan het halstertje naar buiten. Doordat ik ze zelf opfok, komen ze heel veel in handen en dat geeft ook weer een voorsprong als ze later aan het werk gaan. Al dat werk kan ik natuurlijk niet alleen, dus ik probeer goede mensen om me heen te verzamelen en de jeugd ook echt een kans te geven. Zoals nu met Job Matser, die hier vier dagen in de week samen met mij de paarden opleidt voor de handel of juist om door te stromen naar Bart. Hem probeer ik ook enthousiast te maken voor de fokkerij, want dat is de basis van alles. Wat dat betreft hoop ik dat mijn verhaal ook inspirerend kan zijn voor anderen. Want het is mijn ervaring dat je met hard werken veel kan bereiken, ook als je met niets moet beginnen. Je hebt een eigen plek én een heel lange adem nodig, maar het kan wel. Ik vind het heel belangrijk dat we de jeugd enthousiast maken voor de fokkerij, want je kan op geen enkel fokkerijevenement komen zonder dat de kale en grijze koppen in de meerderheid zijn. Dus hopelijk gaan steeds meer jonge mensen ontdekken hoe mooi de fokkerij kan zijn”, besluit Levent.
Dit is een deel van een artikel uit het nieuwste nummer van het KWPN Magazine. Wilt u graag meer artikelen lezen? Leden krijgen het KWPN Magazine, met daarin prachtige verhalen, interessante achtergrondartikelen, persoonlijke interviews en fokkerij-informatie, thuisgestuurd. Geen lid? Bestel dan het KWPN Magazine in de KWPN Webshop.
Bron: KWPN (overname niet toegestaan)
Tekst: Jenneke Smit
Foto: Jacob Melissen
