Rijpaard














Tuigpaard





Gelders paard


Jong KWPN



Toepassen

Het KWPN Magazine staat boordevol mooie verhalen over sport en fokkerij! Vandaag een van deze prachtige verhalen uitgelicht.

Een gesprek tussen de voorzitters van de hengstenkeuringscommissies van de twee leidende stamboeken in de springpaardenfokkerij van dit moment: Cor Loeffen van het KWPN en Stefaan De Smet van het BWP. Vanuit Nederland wordt meer dan eens met bewondering naar het zuiden gekeken; vanuit België blijkt dat vice versa ook richting het KWPN. Op welke punten streven onze zuiderburen het KWPN  voorbij; en waar benijdt het BWP juist het KWPN? Loeffen en De Smet gingen met elkaar in gesprek, en wat bleek: de heren zijn het over vrijwel alle onderwerpen roerend eens. 

Bij het BWP zijn wij in het verleden wellicht wat toleranter geweest wat betreft exterieur dan jullie bij het KWPN. Hoe gaan jullie te werk, Cor?
Ons selectiesysteem wat betreft exterieur bij de hengsten kun je eigenlijk herleiden naar de merrieselectie. In het verleden was het lange tijd zo dat een merrie het predicaat ster kon halen indien zij 140 punten behaalde; een gecombineerd cijfer van exterieur en vrijspringen. Het kon dus zijn dat met 80 punten voor exterieur en 60 voor springen het sterpredicaat werd behaald. Maar dat is tegenwoordig dus veranderd. Nu moet een merrie tenminste 70 punten voor exterieur en 75 punten voor vrijspringen behalen voor het sterpredicaat. Voor een springpaard is het springen – in het geval van de hengstenkeuring het vrijspringen – belangrijk en de galop als basisgang, daarna pas het exterieur. Bij een hengst speelt de pedigree daarnaast ook een belangrijke rol. Bij de hengstenselectie hanteren wij ook het exterieurcriterium ‘70 punten’, het punt staat dus vast, maar de beoordeling blijft subjectief; waar ligt de grens tussen 65 en 70 punten?

Exterieur beoordeling in hengstentraject
Jullie geven de hengsten dus punten op de hengstenkeuring?
Nou, wij geven als hengstenkeuringscommissie wel punten, maar die worden niet openbaar gemaakt. Bij de hengsten houden we die 70 punten voor ogen. Hoe doen jullie dat dan?
Wij geven geen punten, maar het komt op hetzelfde neer. We wegen de verschillende elementen af als commissie. Wij zijn in het verleden zeker toleranter geweest wat betreft exterieur dan het KWPN, maar er is voor ons altijd een duidelijk onderscheid geweest tussen correctheid wat betreft fundament en zaken als model en expressie. Op het fundament proberen we altijd streng te zijn, op expresssie en bovenbouw zijn we wel wat toegeeflijker. Maar de vraag blijft: waar is de ondergrens? Wel heb ik het gevoel dat in de loop der jaren de echte grote problemen in het fundament minder zijn geworden, maar het kan nog altijd beter. Hoe zie jij dat, Cor?
Het is zeker beter geworden, maar ik verbaas me nog weleens waar mensen mee naar de keuring komen. Het komt toch zeker nog wel voor dat inzenders – in sommige gevallen ook échte kenners – met een paard naar de keuring komen dat zodanig incorrect is dat dat voor een hengst echt niet kan. Dan denk ik weleens: ‘Dat kunnen ze toch ook thuis zien?’
Ja, dat gebeurt inderdaad af en toe. Hoe meer een hengst in andere zaken kan compenseren, hoe meer je kunt toegeven, maar er zijn grenzen. Zeer ongelijke hoeven bijvoorbeeld, dat wil je gewoon niet in de fokkerij. Daar moeten we streng op zijn. 

Van werkpaard tot rijpaard 
Nu we zo praten; ik heb nog een interessante theorie waarom jullie bij het BWP zo’n voorsprong hebben gehad in de springpaardenfokkerij. Wij zijn van ons werkpaard – het Gelders en het Gronings paard – een rijpaard gaan maken, maar jullie zijn eigenlijk met rijpaarden begonnen?
Ja, dat klopt tot op zekere hoogte. We hebben wel wat met het Gelders paard gefokt, maar minder dan jullie uiteraard. Er is bij ons ook wel een transitie van een landbouwrijpaard naar een rijpaard geweest, maar er werden ook veel merries uit Hannover en Frankrijk gehaald en die zijn we verder gaan veredelen.
Precies! Ik denk dat die Hannoveranen jullie veel voordeel hebben gebracht. In Nederland gebruikten we die niet zoveel; wij vonden ze te klassiek, te plat in de croupe. Maar de Belgen stoorden zich daar niet zo aan. En de Hannoveranen waren in die tijd al springpaarden – een klassiek paard dat met heel veel macht kon springen. Degene die dat bij jullie bedacht heeft, om die merries te gaan halen, heeft dat goed ingeschat; daar hebben jullie een voorsprong mee gehad. 
Vanuit West-Vlaanderen ging men veel naar Frankrijk, terwijl vanuit Limburg en Antwerpen meer naar Duitsland – in het bijzonder Hannover – of Nederland werd getrokken. Zo is een mix ontstaan.
Inderdaad. Darco komt bijvoorbeeld uit een van de beste Nederlandse moederlijnen van toentertijd; de Nomana-
stam. Daar werd bij mij in de buurt mee gefokt; dat waren geweldige werkpaarden. Dat gecombineerd met die Hannoveraner-hengsten en dan kreeg je een klassiek springpaard zoals Darco.

Het hele artikel lezen? U vindt deze in het vierde KWPN Magazine dat vrijdag 17 april is verschenen. Vanaf dit jaar ontvangen alle KWPN-leden twaalf keer het KWPN Magazine – In de Strengen. Wilt u deze ook ontvangen? Sluit dan een KWPN-lidmaatschap af en profiteer direct van alle lidmaatschapsvoordelen of bestel een los exemplaar in de KWPN Webshop.

Tekst: Peter van der Waaij
Beeld: Luc van Moorsel

€ 58,25 per jaar

Lidmaatschap KWPN Database

  • Betrouwbaar, compleet & overzichtelijk
  • Predicaten, prestaties, moederlijnen en nakomelingen
  • Van KWPN-goedgekeurde en -erkende hengsten ook: verrichtingscijfers en -rapportages en fokregistraties
Abonneer nu
€ 119,40 per jaar

Lidmaatschap KWPN

Word nu lid

Official partners


Het KWPN maakt gebruik van cookies

Wij vragen uw akkoord voor het gebruik van cookies op onze website. Meer informatie is beschikbaar in ons cookiebeleid.

Cookiebeleid